DE GOTISCHE BOUWKUNST.

	Het ontstaan van de Gotische bouwkunst was rond midden 12de eeuw.
	In het begin was het vooral te merken in de steden, pas later
	was het ook te zien op het platteland. De Gotiek is dus stedelijke
	kunst.  
	De naam Gotiek komt van de Italiaan Giorgio Vasari, die alle niet- 
	Romeinse kunst 'barbaars of van de Goten' noemden.  
	De Goten waren een Germaanse stam die in de 5de eeuw na Christus
	een koninkrijk stichtte in Italië(onder Theodorik de Grote).
	De Goten veroorzaakten mede de val van het West-Romeinse Rijk. 
	
	Eerst was er alleen Gotiek in Frankrijk.  Later, rond de 13de eeuw
	was het over heel Europa bekend.
	Alleen in Italië vond men de Gotische bouwkunst waar niks, de Romaanse
	bouwkunst werd er gewoon verdergezet.  De beeldhouwers en schilders
	wilden de ideale schoonheid blijven uitdrukken zoals in de Klassieke
	Oudheid.

	De kenmerken van de Gotische bouwkunst:
	
	Men had bij de Gotiek enkel het grondplan overgenomen van de Romaanse
	bouwkunst.  Het Latijnse kruis, de vorm van het grondplan, werd uitge-
	breidt met zijbeuken.
	Als je naar Gotische gebouwen kijkt zie je ook dat ze vooral 
	in de hoogte gebouwd zijn, daardoor overheersen de verticale lijnen.
	Er was in tegenstelling tot in de Romaanse kerken veel lichtinval 
	daar er grote gebrandschilderde ramen waren.  
	Hierop werden verhalen uit de bijbel of uit het dagelijks leven 
	afgebeeld.
	
	De dikte van de muren waren van minder belang want het gewelf werd 
	langs buiten opgevangen en versterkt met luchtbogen en met steunberen.
	De luchtbogen stutten en steunen.
	Dit was een grote revolutie in de architectuur.
	
	Ook de spitsbogen en kruisribben waren er noodzakelijk 
	omdat het gewicht van de gewelven afgeleid werd door de luchtbogen 
	naar het voetpunt en opgevangen werd wet zuilen en de eerder 
	vermelde steunberen.
	Zo ontstond er ook een evenwicht.
	De zwaren westbouw moest plaatsmaken voor het portaal met 
	heiligenbeelden.

	Deze kenmerken kwamen niet alleen voor in de kerken maar 
	ook in de burgelijke bouwkunst.  
	De laatgotiek wordt gekenmerkt door een overdadige versiering 
	wordt meestal vlammende Gotiek genoemd.
	Met de vlammende Gotiek kon met de rijkdom van de stad tonen.
	Ze kwam tevoorschijn in stadhuizen, lakenhallen, belforten
	en burchten.
	Ook maakten ze de stad trots door de spitse torens, 
	ranke spitsboogramen en kleurige rosassen.
	In ons land zijn er vele voorbeelden van Scheldegotiek 
	en Brabantse Gotiek in Leuven, Brugge, Ieper...
	
	Ook de mentaliteit veranderde.  De beeldhouwkunst werd realistischer, 
	zelfstandiger.  De nieuwe menselijkheid drong helemaal door 
	en daarmee de aandacht voor schoonheid, mens en natuur.