1. Historische betekenis
Karel de Grote heeft dit gehele systeem in het leven geroepen.
Hij richtte dit systeem op omdat hij moest kunnen rekenen op zijn adel om hem te helpen.
Deze ridders wilden hem wel helpen maar hadden wel geld ed. nodig om te kunnen mee strijden.
Een wapenuitrusting kostte enorm veel; we hebben het hier eens op een rijtje gezet:
° helm, 6 koeien
° maliėnkolder, 12 koeien
° zwaard, 3 koeien
° schede, 4 koeien
° beenplaten, 6 koeien
° schild en lans, 2 koeien
° paard, 12 koeien
Dus in totaal 45 koeien; wat een fortuin was in die tijd.
Bovendien heeft de ridder voor lange veldtochten een extra paard nodig en eten, want voor dat laatste
moet hij ook zelf zorgen.
Hij heeft een paard en wagen nodig om alles te vervoeren, samen met een menner.
De kosten van de uitrusting beperken het aantal mannen dat op deze wijze kan worden uitgerust
en in de loop der jaren zullen deze kosten alleen maar stijgen.
Daarom kregen de ridders grond van Karel de Grote en werden zijn vazallen en hij hun leenheer.
Deze ridders hadden ook op hun beurt vazallen zodat je een hele piramide (en een leger) kreeg.
2. Het domein
De ridders lieten mensen werken op hun gronden.
Deze mensen konden halfvrijen (horigen) en onvrijen (lijfeigenen, de vroegere slaven) zijn.
In ruil voor bescherming en een stukje grond bewerkten zij het land.
Daarnaast moesten zij ook een deel van hun oogst aan hun heer afstaan en een aantal dagen per jaar voor hem werken.
Het bewerken van het land gebeurde met primitieve (landbouw)werktuigen zoals.: (wijs met de muis op de afbeelding)

De grond waar de boeren bewerkten en leefden, de grond waar de heer zijn huis en tuinen had, noemde men het domein.
Hieronder zie je een afbeelding van een Middeleeuws domein.